Abstract
The main aim of this study was to gain insight in the offshore habitat use of large gulls breeding at Neeltje Jans to assess the potential impact of the wind energy area Borssele and the nearby Belgian wind farm concession zone. Therefore, 74 lesser black-backed and 25 herring gulls were tagged with GPS-loggers. To support the GPS data and to gather reference data for future comparison, we further collected data on breeding success and diet.
This study showed that herring gulls breeding at Neeltje Jans occur strongly coast-bound and thus did not show overlap with the regarded offshore wind farm (OWF) concession zones. Herring gulls recorded offshore in and around the OWFs must therefore originate from different breeding locations, most likely in the UK and Scandinavia.
Breeding lesser black-backed gulls, however, did use the OWF concession zones regularly. Targeted analyses on their distribution inside and near the wind farms could not detect meso- nor macro-avoidance responses. Importantly, this poses them with a higher collision risk than thought before. This indicates that OWFs that are nearshore and close to colonies may pose a potential threat to lesser black-backed gulls breeding in the Netherlands.
This tagging study provided crucial insight in the spatio-temporal and individual variation in habitat use of large gulls in general as well as in the gulls’ occurrence in and around the regarded OWFs. As such, the collected GPS database can be used to refine collision risk modelling, and to assess the potential additional mortality at colony-level.
Despite the many knowledge gaps that have been filled in this study, some important issues do remain. The origin of herring gulls observed in the Borssele and Belgian wind energy areas for example is still of concern, as effects on these individuals may have consequences for more northern (protected) populations. Tagging studies outside our borders could shed more light on this issue. And although a better insight in the absence of meso- and macro-avoidance responses by lesser black-backed gulls is now available, estimates of micro-avoidance are still lacking. To study such behaviour the birds need to be filmed or observed directly when approaching rotating turbines. On the other hand, in combination with accelerometer data analyses, high resolution GPS data might also allow to discern micro-scale avoidance actions. Another option would therefore be to adjust the geofences of the current loggers in future years and collect for example 1 second interval data inside (part of) the wind farms.
Het hoofddoel van deze studie was om meer inzicht te verwerven in het offshore habitatgebruik van op Neeltje Jans broedende grote meeuwen, dit teneinde de potentiële impact van het windenergie-gebied Borssele (alsook het zeer nabije Belgische windparkconcessiegebied) beter te kunnen inschatten. Daartoe werden 74 kleine mantelen 25 zilvermeeuwen voorzien van een GPS zender. Om de daaruit voortvloeiende data te ondersteunen, en om referentiemateriaal te verzamelen voor een toekomstige vergelijking, werden ook gegevens rond broedsucces en dieet verzameld.
Deze studie toonde aan dat zilvermeeuwen van Neeltje Jans sterk kust-gebonden voorkomen, en dat hun verspreiding niet overlapt met de offshore windparken. De zilvermeeuwen die daar (voornamelijk buiten het broedseizoen) worden waargenomen zijn wellicht Scandinavische en Britse broedvogels.
De gezenderde kleine mantelmeeuwen daarentegen maakten wel gebruik van de windparkgebieden. Gerichte analyses van hun verspreiding in en rond de windparken konden geen vermijdingsgedrag detecteren, noch op meso- noch op macroschaal. Dit stelt hen echter wel aan een groter aanvaringsrisico bloot dan voorheen gedacht. Windparken die dichtbij de kust of meeuwenkolonies gelegen zijn kunnen daarom een bedreiging vormen voor broedende kleine mantelmeeuwen in Nederland.
Deze studie leverde cruciale inzichten in de spatio-temporele en individuele variatie in habitatgebruik van grote meeuwen in het algemeen en in het gebruik van de Borssele en Belgische offshore windparken in het bijzonder. De opgebouwde databank van GPS gegevens kan aldus worden gebruikt ter verfijning van aanvaringsmodellen en om de potentiële additionele mortaliteit te bepalen op het niveau van de kolonie op Neeltje Jans.
Ondanks die opgebouwde kennis blijven er belangrijke kennishiaten. Het feit dat er wel degelijk zilvermeeuwen worden waargenomen in en rond de windparken doet de vraag rijzen wat de invloed is van deze parken op de betrokken populaties, en zenderstudies buiten onze landsgrenzen zouden hier een antwoord op kunnen bieden. Verder is ook nog weinig bekend over micro-vermijding van kleine mantelmeeuwen. Om dit soort gedrag te bestuderen zijn heel gedetailleerde en directe observaties, bijvoorbeeld door het gebruik van camera’s, nodig. Anderzijds zou de analyse van accelerometer-data in combinatie met hoge resolutie GPS gegevens wel eens meer inzicht in microvermijdingsgedrag kunnen opleveren. Een optie voor volgend jaar zou zijn om de resolutie van de nog werkende GPS zenders uit deze studie verder te verhogen tot bijvoorbeeld 1 record per seconde binnen (een deel van) de windparken.